Ontwikkelingsgericht onderwijs, artikel 2: Groei en leren

Ontwikkelingsgericht onderwijs, artikel 2: Groei en leren

In een reeks artikelen beschrijven we in welke richting X11 zich verder wil ontwikkelen en waarom. In dit artikel onderzoeken we groei en leren.

In het vorige artikel werd al beschreven dat er binnen ontwikkelingsgericht onderwijs vanuit wordt gegaan dat ieder kind ontwikkelbaar is. Dat de ontwikkeling van een kind te beïnvloeden is en geen vaststaand lineair proces. Betekenisvolle activiteiten en inhoud leveren een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkelings- en leerprocessen. Ook werd beschreven dat leren geen vaststaand lineair proces volgt.

Leerlingen uitdagen

We gaan er op X11 vanuit dat iedereen wil en kan leren. Docenten stimuleren leerlingen door ze elke keer uit te dagen nét wat meer te leren en te doen dan dat wat ze nu kunnen. Je ziet dit bijvoorbeeld terug doordat we leerlingen altijd laten werken met informatie en opdrachten die ze aankunnen én daarnaast uitdagen met net wat lastigere vragen en opdrachten. We vinden het belangrijk dat leerlingen ervaren wat ze kunnen en waar ze hulp bij nodig hebben, zonder ze te schaden uiteraard. Hierin willen we leerlingen succes laten ervaren en tegelijkertijd op een veilige manier uitdagen.

Groeien en leren

We gaan ervanuit dat elk kind ontwikkelbaar is. Deze ontwikkeling is geen vaststaand lineair proces. Het is wel een proces dat beïnvloed kan worden. We merken dat het een positief effect heeft op de motivatie van leerlingen, wanneer zij kunnen werken aan hun ambities (een vak op hoger niveau, een extra keuzevak, zelf een stage regelen). We willen de nieuwsgierigheid aanboren, nieuwe ervaringen creëren en ze op elk moment de kans bieden om een nieuw leerdoel te vinden of een leerdoel bij te stellen. De ene leerling begint hier meteen bij de start van de schoolloopbaan mee en andere leerlingen maken op een ander momenten groei door. Soms zijn de ogen een tijdje wat meer gericht naar de interne of externe wereld. Daar ben je immers ook 13, 14 of 15 voor. Dat wil niet zeggen dat we dan niets meer van leerlingen verwachten. Ontwikkeling gaat immers niet in een gelijk tempo en iedereen heeft eigen talenten en beperkingen. Daarmee hebben leerlingen dus ook verschillende behoeftes aan hulp en ondersteuning. De docent en de leerling monitoren het leerproces regelmatig en blijven met elkaar in gesprek over ambities, interesses en diverse toekomstperspectieven. Hierin willen we steeds meer taal en interactie gebruiken in plaats van gemiddeldes wanneer we het hebben over het leerproces.

We vinden het oké als de ene leerling even wat anders doet, leert of ervaart dan de ander. Er is geen gemiddelde leerling. Zolang we samen elk kind blijven zien, helpen en uitdagen.

Loopbaan op X11

De loopbaan van een leerling ziet er op X11 daarom wellicht anders uit dan op andere scholen. Een leerling komt binnen met een bepaalde inschatting van wat de mogelijkheden zijn en op basis daarvan plaatsen we de leerling in een groep die daar het meest recht aan doet. In die groep kan er geleerd worden op een passend niveau en wordt de leerling tegelijk uitgedaagd om zich richting een niveau hoger te ontwikkelen. Gedurende de schoolloopbaan blijven we in gesprek met elkaar over het proces en de groei.

Een leerling blijft in principe niet zitten en kan gedurende de hele schoolloopbaan werken aan alle ambities. Er is geen gemiddelde dat gehaald moet worden om over te mogen naar het volgende leerjaar. We praten niet over de ‘tekorten’ die een leerling heeft om over te mogen of over een bepaalde overgangsnorm. Wel blijven we met elkaar in gesprek over wat de leerling en de vakdocenten ervaren en blijven we daarbij afstemmen of het niveau haalbaar en uitdagend genoeg is. Leerlingen op X11 krijgen geen rapporten, maar de vorderingen zijn ten alle tijden zichtbaar voor leerling, ouders en mentor.

De rol van vakdocenten

De vakdocenten maken inzichtelijk wat nodig is om een bepaald niveau te kunnen halen en hoe een leerling zich daartoe verhoudt. Hierover gaan ze regelmatig met de leerling en mentor in gesprek. Dit wordt ook bijgehouden in Magister, het administratiesysteem. De vakdocenten schalen vanuit hun professionele kennis wat nodig is voor een lerende om op de diverse niveaus succesvol te kunnen leren en of de leerling hierin op de juiste plek zit.

Eind leerjaar 2 bekijken we opnieuw of de groep waarin de leerling zit de juiste is en kunnen we waar nodig herschikken. Dit doen we n.a.v. wat de leerling en de vakdocenten in het leerproces hebben ervaren. Het uiteindelijke niveau waarop de leerling vakken zal afronden wordt niet vastgesteld op dat moment, eind leerjaar 2. De leerling kan namelijk ook op een later moment laten zien wat nog meer mogelijk is. Groei is immers geen lineair vaststaand proces. Hier blijven we dus ook tot en met het eindexamen op uitdagen en daarbij mag er zeker verschil zijn tussen de diverse vakken en het niveau waarop deze worden afgesloten. De leerling ontvangt dan ook een maatwerkdiploma.

Keuzemogelijkheden

Leerlingen krijgen in de breedte keuzemogelijkheden aangeboden, passend bij hun interesses en leervragen (een leerling kan zich bijvoorbeeld meer focussen op kunst, idee-ontwikkeling of vormgeving). Ze leren deze keuzes maken tijdens reflectieve gesprekken in de lessen en tijdens de tijd die ze met hun mentor doorbrengen. Het gaat altijd om: wat leer ik, waarom, wat betekent dat voor mij en wat kan ik hiermee betekenen? Hierdoor krijgt de leerling steeds meer (zelf)inzicht en leert het om daarmee keuzes te maken. Ook willen we leerlingen altijd de kans bieden om zelf invulling te geven aan hun leeromgeving/context. Dat wil zeggen dat we initiatief om anders/elders of van iemand anders te leren aanmoedigen en mee organiseren. Daarbij is het altijd belangrijk dat er samen geleerd wordt en dat we co-creëren in plaats van consumeren wat al bestaat.

We vinden dat het behalen van cijfers te weinig invloed heeft op langdurige motivatie. Een goed cijfer is alleen een prachtige beloning, omdat dat systeem ooit bedacht is en we daar mee opgegroeid zijn. De beloning is heel zichtbaar en concreet gemaakt. Maar men leert al eeuwenlang allerlei vaardigheden en informatie zonder dat daar cijfers voor gegeven werden. Kinderen leren al eeuwen om te lopen, praten en samen te spelen zonder dat daar ooit een cijfer voor gegeven is. Het belang van een goed cijfer wordt alleen maar groter wanneer de betekenis van wat je aan het leren bent onzichtbaar is. We willen dus de komende jaren meer investeren in betekenisvol onderwijs en reflectie en steeds minder aan leren voor een kortstondige beloning zoals een cijfer. Hiermee willen we een leven lang durende lerende houding stimuleren.

Deze lerende houding vinden wij een belangrijk onderdeel van de persoonsontwikkeling. Meer hierover lees je in het aankomende artikel.

Artikelenreeks over ontwikkelingsgericht onderwijs

In een reeks artikelen lichten we iedere keer vanuit een andere invalshoek hoe we op X11 vormgeven aan belangrijke onderdelen van ontwikkelingsgericht onderwijs. Het aankomende artikel zal gaan over persoonsontwikkeling.

Marion Willemsen is docent bij X11

Reageer op dit artikel

Ook interessant