Laat lezen leuk blijven (1)

Laat lezen leuk blijven (1)

Lezen. Op de basisschool verslinden leerlingen vaak boek na boek. In het voortgezet onderwijs hebben leerlingen te vaak te weinig interesse om (weer) een boek te lezen. Er wordt gemakkelijk naar websites gegrepen waar samenvattingen te vinden zijn en bij mondelingen in de bovenbouw is het altijd maar de vraag of de leerling daadwerkelijk zijn boek heeft gelezen. Dat moet en kan anders. Hoe krijg je het leesplezier weer terug bij de gemiddelde leerling?

Goed kunnen lezen is de kruiwagen naar een succesvolle carrière. Als je niet leest wat er staat, hoe kun je dan in hemelsnaam doen wat er gevraagd wordt? Nederlands is het anker van onze cultuur, het goed beheersen van de Nederlandse taal is een absolute pré, ook al nemen de Engelse woorden een steeds prominentere rol in in het Nederlands. In dit artikel richt ik mij vooral op hoe je een positief leesklimaat creëert.

Leesplezier

Er is veel literatuur voor docenten over lezen te vinden. Leerlingen zijn zich ook vaak bewust wat de voordelen zijn als je veel leest. Een kleine greep uit de voordelen: je woordenschat neemt toe, het zorgt voor focus en concentratie en verbeelding, het is goed voor je geheugen en je leert beter context te duiden. Toch is het voor mij als docent Nederlands in het vmbo altijd weer een strijd om de leerlingen aan het lezen te krijgen. Het voelt alsof ik ze een pistool tegen het hoofd aan zet als ik aankondig dat we met fictie aan de slag gaan. Leerlingen vinden (over het algemeen) lezen niet leuk en ervaren het als een “moetje”. Waar is het leesplezier van de basisschool gebleven? Om niet al te negatief te blijven, kan het verplicht lezen toch ook positief uitpakken. Als een leerling uiteindelijk een boek heeft uitgekozen wat bij zijn niveau past en waar een goed verhaal in zit (in plaats van lukraak het dunste boek uit bijvoorbeeld het Lijsterpakket te grissen), dan hoor ik ook vaak dat ze het fantastisch vinden en niet kunnen wachten om weer zo’n boek te lezen. Het spreekt voor zich dat er ook altijd leerlingen blijven die lezen fantastisch vinden en het ene na het andere boek lezen.

Intrinsieke motivatie

Bij mij op school in de vakgroep Nederlands vinden we dat fictie een belangrijke rol moet hebben binnen het curriculum. We vinden het belangrijk dat de leerling gedurende zijn schoolperiode de kans moet krijgen om zich te kunnen roeren in de (jeugd)literatuur die Nederland rijk is. Een leerling in leerjaar 1 (vmbo) hoeft echt geen Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans te lezen, sterker nog, ik raad ze dat ten strengste af. Voor veel leerlingen zou dit een negatieve leeservaring betekenen omdat ze de context na bladzijde 1 al compleet zijn verloren. Het gaat voor ons in het vmbo voornamelijk om leesplezier. Als een leerling een stripboek wil lezen, dan vind ik dat prima. Ik heb liever een leerling die een stripboek leest en intrinsiek gemotiveerd is, dan een leerling die een boek leest maar uiteindelijk niks in zich opneemt. Wel op voorwaarde dat er de volgende keer een poging wordt gedaan om een treetje hoger te gaan op de leesladder. Leerlingen in de bovenbouw die interesse hebben om na het vmbo door te stromen naar de havo, vraag ik ook eens om (eventueel samen met mij) een boek te zoeken wat bij een havist zou kunnen passen. Op www.lezenvoordelijst.nl of op www.leesadviezen.nl staan voldoende tips voor de leerling en zo zijn er nog vele verschillende websites die leerlingen op weg kunnen helpen een geschikt boek te vinden. De bibliotheek is natuurlijk ook altijd een goede optie om jezelf eens onder te dompelen in de fantastische boeken die Nederland rijk is. Moet het boek per se zijn geschreven door een Nederlander? Wat mij betreft niet, vertaalde boeken zijn ook prima. Lezen blijft lezen.

Leesuurtje

Vroeger moest de leerling een boek lezen, hier een verslag over maken en inleveren. Dat werd door de docent gelezen en daar kwam een beoordeling uitrollen. Wij vonden dat dit ook anders kon. Voor mij als docent begint het met dat ik leerlingen vrijheid geef om te lezen waar ze willen, onder welke omstandigheid dan ook. Ik ben klein begonnen: leerlingen hoefden tijdens het leesuur niet meer op hun stoel te zitten, maar mochten bijvoorbeeld ook in een hoekje op de grond zitten of tegen het raam aan zitten om te lezen. Ze mochten bijvoorbeeld op de tafels liggen om hun boek te lezen of onder de tafel zitten, waar zij zich fijn bij voelden. Daarna ben ik verder gegaan en heb ik het lokaal losgelaten. Dat betekent dat een leerling niet meer gebonden was aan de muren die het lokaal omringen, maar dat de mogelijkheid ook bestond om in de aula te lezen, of om met lekker weer buiten op het gras te gaan lezen of buiten op een bankje. Ik begrijp dat u als lezer nu denkt: leerlingen die buiten mogen lezen, dat kan nooit goed gaan! Dat klopt, er gaat ook wel eens wat mis. Dat hoort erbij als je eens wat anders probeert. Maar zo lang je als docent maar duidelijkheid schept en de leerling kaders aanreikt, dan is mijn ervaring dat na verloop van tijd het proces steeds helderder wordt voor de leerling en hij zich eraan committeert. Ik geef de leerling de kans om het lokaal los te laten, op voorwaarde dat ze ook echt aan de slag gaan én geen andere klassen lastigvallen. Tijdens het leesuur geef ik aan dat ik rond zal lopen en als ik een leerling aantref die met andere zaken bezig is dan zal ik in gesprek gaan waarom ze dat doen. Een soort waarschuwing, ik vind het belangrijk dat de verantwoordelijkheid bij de leerling blijft liggen. Ik heb deze situatie met onze schoolleiding besproken, zij vond het prima. Als dezelfde leerling de volgende keer weer niet bezig is met wat ik hem gevraagd heb, dan zal hij weer in het lokaal moeten plaatsnemen om daar aan de slag te gaan en het vertrouwen van de docent terug te winnen. Op deze manier creëer ik duidelijk. Er blijven ook leerlingen tijdens het leesuurtje in het lokaal, die vinden het fantastisch om tijdens een leesuur ook daadwerkelijk eens leeskilometers te maken in alle rust. In deel twee van mijn artikel leg ik uit hoe wij met onze verwerkingsopdrachten leerlingen intrinsiek proberen te stimuleren met fictie aan de slag te gaan.

Dit artikel verscheen eerder op www.vernieuwenderwijs.nl

Ruuth Verhoeff is docent bij X11

Reageer op dit artikel

Ook interessant

18 oktober gaan wij met alle leerlingen werken aan het schoolplan van X11. Er is geen les volgens rooster, maar leerlingen werken in groepjes aan filmpjes over thema’s waar de school volgens hen de komende jaren mee aan het werk zou moeten gaan. In dit artikel achtergrond- en praktische informatie...

Lees verder

Lezen. Op de basisschool verslinden leerlingen vaak boek na boek. In het voortgezet onderwijs hebben leerlingen te vaak te weinig interesse om (weer) een boek te lezen. Er wordt gemakkelijk naar websites gegrepen waar samenvattingen te vinden zijn en bij mondelingen in de bovenbouw is het altijd maar de vraag...

Lees verder

De introductieprogramma’s zijn in volle gang. Wij horen vrolijke verhalen vanuit zowel Austerlitz, Eiland van Maurik als vanaf de beide X11 locaties en andere plekken waar de introductieprogramma’s plaatsvinden. We hopen dat diezelfde geluiden ook thuis worden gedeeld. Op de verschillende sociale kanalen delen we zoveel mogelijk foto’s.

Lees verder

We gaan weer beginnen! De afgelopen dagen is het team van X11 alweer aan de slag gegaan. We hebben overdrachten gedaan tussen de verschillende mentoren, de introductieprogramma’s vormgegeven en de lessen afgestemd en voorbereid.

Lees verder